1. Je zus zit in een rolstoel na een verkeersongeval. Ze vraagt je mee shoppen in de stad. Wat is je reactie:
Yippie, shoppen!
Je wil wel meegaan, maar met die rolstoel in een pashokje, hoe gaat dat?
Je denkt: "liever niet, ik word het nooit gewoon".
2. Een klasgenoot zag hoe een auto iemand omver reed. Hij praat en praat maar over wat hij zag.
Misschien moet iemand hem eens zeggen dat het erg was?
Je laat hem even met rust tot hij rustiger is.
Je blijft luisteren, steeds weer opnieuw.
3. Je voetbalmaat zit met zijn been in het gips. Ga jij toch spelen?
Je stelt voor deze keer samen naar de film te gaan.
Je blijft thuis, uit respect voor je maat.
Je gaat met de anderen, maar spaart je vriend door hem niets te vertellen.
4. Je broer ligt in het ziekenhuis. Hij heeft een hersenschudding nadat hij een klap van een auto kreeg. Wat doe je?
Je wacht enkele dagen, liever geen ziekenhuis voor jou.
Misschien heeft hij meer nood aan rust. Je wacht even met een bezoek.
Je koopt een fietshelm en gaat dezelfde dag nog op bezoek.
5. Je leerkracht laat weten dat een klasgenoot haar moeder verloor door een verkeersongeval. Ze zal er een weekje niet zijn.
Je sms't direct 'oprechte deelneming - sterkte'.
Je probeert te bedenken wat je zal zeggen de eerste keer dat je haar terugziet.
Pfff, zware kost. Daar denk je liever niet aan.
6. Sara vertelt je dat ze een verkeersongeval had. Ze herstelde nooit helemaal en moet nu naar een speciale school. Ze ziet haar vriendinnen van school nu minder en mist hen.
Als ze haar laten vallen, dan waren het geen echte vriendinnen. Echte vriendinnen blijven je steunen.
Je denkt dat die vriendinnen waarschijnlijk niet weten hoe ze moeten reageren: je weet het zelf ook niet goed.
Je vraagt of ze haar vriendinnen op andere plaatsen ziet.
7. Een vriend met een hersenletsel heeft een probleem: alles gaat 10 keer zo traag. Toch wil hij gaan skaten.
Als hij echt wil, maar liever zonder mij.
Oeps, dat zal niet lukken. Wat erg?
We maken er het beste van en hebben lol.